We
bezochten de Mlabri in de provincie Nan , drie
keer, de eerst keer in Februari 2004.
De tweede keer in februari 2008.De derde keer afgelopen
februari 2009.
We beginnen 2004.
Het is een kleine groep die
geen vaste verblijfplaats heeft en door de diepe jungle van noord Thailand trok.
In totaal zijn er nog 150 Mlabri’s,
die in groepen van ongeveer 10 leven.
Hun slaapplaats bestaat uit niet
veel meer dan een paar bananenbladeren die schuin tegen een bamboestengel aan
zijn gezet. Als de bladeren geel kleuren, is het tijd om verder te
trekken. Daar Mlabri betekend: De geesten van de gele bladeren, weet je
meteen waarom ze verkassen. De Thaise bevolking noemt ze: Phi Tong Luang (
geesten van de gele bladeren ).
Dat vinden ze niet leuk, het zijn
geen geesten ( Phi is geest ) maar ze willen Mlabri genoemd worden.
Links: Rob tussen de Mlabri's
die we na een lange voettocht vonden.
De
Mlabri zijn jager-verzamelaars en jagen met speren.
Ze wassen zich nooit, daar ze volkomen op willen gaan in de jungle, net als de
wilde dieren, en zijn gek op tabak.
We logeerde
in een Hmong dorp, daar huurde het dorpshoofd/gids Joon een auto, na een lange
tocht met dit voertuig,
gevolgd door een flinke wandeling,
bracht ons bij de enkele MLabri's, verscholen in de jungle.
Tijdens ons eerste bezoek,
rookte ik nog, en wel Drum-shag, en uiteraard draaide ik er een paar. Zelf
rookte ze veel uit hun pijp, die ze aanstaken, door met een scherp stuk ijzer,
tegen een vuursteen te ketesen, zodanig, dat er vonken vanaf
sprongen.
Links het hutje waar we sliepen,
bij de Hmong, ons vertrek punt naar de Mlabri
Ik kreeg nog een
verzoek, dit te proberen, maar als je er naast sloeg, kon je een flinke jaap in
je vingers krijgen, dus ik sloeg het aanbod af. Onze Hmong gids Joon, die ook
hun Mlabri taal sprak, met vele oeiiiiii en aaaa in de zinnen, tolkte een beetje
voor ons. De Malbri, en man, vrouw en een oudere waarschijlijk een zoon, aten
een knol, een soort aardappel, die we ook probeerde. Eigelijk werden we
totaal genegeerd, het leek alsof ze ons niet eens zagen, maar met trukken, zoals
een beetje wiskey in een uitgeholde bamboo stok, die dienst deed als bekertje,
hadden we toch wel contact met
hun. .
De etens resten visten ze heel
opvallend met hun vingers, die ze als tandenstokers gebruiken, uit hun
tanden, dit doen ze heel vaak. Deze Mlabri's zaten in de jungle, misschien
wel de laatste, daar er steeds meer jungle verdwijnt. Afgelopen januari 2008
werd dit bevestigd, er zijn nu 2 Mlabri dorpen, wij bezochten er een. Door
gebrek aan echte jungle, door o.a houtkap, verdween ook hen jungle
food. Mlabri's gingen werken op het land van de Hmong, voor een laag salaris,
en het zijn harder werkers.
Links:
Op weg door sloten en de dichte jungle.
De Mlabri hebben geen geld en
hun bezittingen bestaan uit niet veel meer dan de kleren die ze aan hebben, een
goed hakmes een tabakspijp. Al het overige halen ze uit de natuur.En alle
bezittingen delen ze, niets is een
eigendom.
Helaas... er bestaat een film, ik
heb hem niet gezien: The Importance of Being MLABRI. Denmark/Thailand 2007 /
59min. Mlabri, Thai with English subtitles.
Tijdens ons tweede bezoek februari
2009 aan de Mlabri's sliepen we ivm gebrek aan een slaapplaats,
in een lokaal schoolje,in een dorp
half uur vanaf de Mlabri's.
Links: slapen in een
schoolklas
Het was een kleuterschooltje, en
ondanks de urine dampen, hebben we er als een prins en prinses
geslapen.
Wilma maakte in de ochtend een
tostie in een wok, die op buiten op een vuurtje stond.
Licht aangebrand, maar dat spoelde
ik weg met de oploskoffie, die me heerlijk smaakte.
We hadden al vernomen, dat de
Mlabri's niet meer in de jungle zaten, maar een eigen dorp hadden.
Van de Thaise overheid, moesten ze
nu dus hun kinderen naar school sturen, ivm de leerplicht.
Dus een eigen dorpje en schooltje,
is kinderen..... Wilma kocht dus vele nieuwe voetbal pakjes voor de Mlabri
kids.
Niet passend voor een Mlabri zou je
zeggen, maar nu waren het geen jungle mensen meer.
Ze moeten nu overleven volgens de
Thaise maatstaven, maar ze willlen wel hun cultuur behouden.
Volgens onze Thaise gids was er
nergens een klein varkentje te koop.
Overal waar we er een of meerder
zagem zei jij, nee, is niet voor verkoop.
Toen kwam de aap uit de Thaise mouw,
hij wilde niet zien dat het beeste geslacht werd.
Hij zei, mag niet ik ben Bhoedist,
en we wilde het varkentje alleen kado doen, en wij zeide het hoeft
van ons ook niet geslacht te worden.
We kwamen aan andere lokale Hmong
gids tegen, die zei: geen varken? Hoeveel wil je er hebben.
Zo werd ons knorretje keurig in een
zak afgeleverd, en we knoopte als extra een rose kado lint er om heen, gewoon
voor de lol.
Hier links op de foto zit knorretje ons varkentje rustig te poepen en te
plassen in de auto
Op weg naar de Mlabri's
de ramen moesten open blijven de
stank was niet te harden, hij spartelde en gilde, best heel zielig.
Wat een luxe, we konden deze keer
met de auto, en niet lopen.
Via zanderige weg, die alleen
als het geregend zou hebben, onbegaanbaar zou zijn, rijden we vlot naar
het Mlabri dorp.
We namen een afslag, en reden aan
paar meter omhoog.
Direct aan de rechterzijde stond een
schooltje, en diverse krakkemikkige huisjes stonden er nabij.
Daar er Mlabri kinderen in de
school aanwezig waren, vroegen we aan de onderwijzer of we binnen mochten
komen.
Wilma vertelde tegen de
kinderen dat ze een paaltje om moesten gooien en kregen dan
een klein prijsje ,
maar eerst allemaal een
voetbal pakje aan, die ze mochten houden.
De meester hielp heel goed mee, om
de kinderen aan te kleden.
De kinderen waren is wat
terughoudend en verlegen, maar dat ging er snel af.
Ondertussen moesten we nog een
gastenboek invullen.
Buiten de school werd knorretje in
ontvangst genomen, door een Mlabri, die geen emotie's toonde,ook geen
dankje, maar een beetje wild om zich heen keek, alsof we het kado weer af
wilde pakken.We hadden trouwens niets anders verwacht, en namen hem dus niets
kwalijk.
De man bracht knorretje naar
zijn husje, wat daar gebeurde mag je zelf bedenken, wij waren er niet
bij.
We liepen en keken op ons gemak rond
in het mini dorpje, 1 oudere man en een 1 jongere man droeg een lende lap,
We mochten in een van de huisjes
kijken, groot was onze verbazing, dat we daar binnen de de Mlabri vrouw zagen
van enkele jaren geleden.
We zichtbaar ouder geworden, maar
dat zijn wij uiteraard zelf ook.
De vrouw was nog een echte jungle
vrouw, eigelijk heel triest haar hier te zien. Ze kreeg een pakje Mama bami
soep, die we bij ons hadden, en legte die apart.
We zagen van dichtbij, de onderkant
van haar voeten.
Het waren voeten van iemand, die
haar hele leven blootvoets door de jungle had gelopen.
Dikke eeltlagen, en diepe groeven en
pitten, duidelijke sporen van haar barre voettochten.
In de huisjes waren alleen een soort
verhogingen gemaakt, van hout , een soort lage grote tafels om op te
slapen.
Midden in de huisjes een plaats om
te koken, meer hadden ze niet, geen bezittingen , helemaal NIETS.
In een van de huisjes stond wel 1
brommer.
We verlaten het Mlabro dorpje, en
denk er nog vaak aan terug.
Deze mensen leefde van de natuur,
die steeds minder word.
Vele Mlabri zijn nu ziek, van de
bestrijdings middelen, die ze moeten gebruiken op het land van de Hmong
boeren